ECVET-principes, flexibel beroepsonderwijs en een leven lang ontwikkelen

ECVET-principes, flexibel beroepsonderwijs en een leven lang ontwikkelen

ECVET-principes, flexibel beroepsonderwijs en een leven lang ontwikkelen 800 800 ECVET


ECVET-principes, flexibel beroepsonderwijs en een leven lang ontwikkelen

Inleiding

Willen we een ‘Leven Lang Ontwikkelen’ (LLO) serieus oppakken, zowel voor jongeren als voor lerende volwassenen, dan ontkomen we er niet aan om binnen het onderwijs te werken aan het ontwikkelen en bevorderen van  gepersonaliseerd onderwijs. Dit vraagt van een school om nadrukkelijk in te zetten op het flexibiliseren van onderwijs en de onderwijslogistiek.

Binnen LLO is het daarbij onder andere van belang om als onderwijsinstelling te erkennen dat volwassenen vaak in het bezit zijn van leer- en werkervaringen. Deze kunnen, als ze worden aangetoond en gevalideerd, van invloed zijn op de lengte en/of de inhoud van een scholingstraject en dus op gepersonaliseerd onderwijs waarbij de lerende volwassene meer eigen regie en verantwoordelijkheid krijgt. Het is een ware uitdaging om met dergelijke uitgangspunten te komen tot meer gepersonaliseerd onderwijs, gelegd naast de mogelijkheden, vereisten en randvoorwaarden van de onderwijsinstelling, het bedrijfsleven én de geldende wet- en regelgeving. De vraag dient zich daarbij aan hoeECVET-principes hierin herkenbaar zijn en waarin kunnen ze van toegevoegde waarde zijn als het gaat om een leven lang ontwikkelen.

Aanleiding voor het artikel

Twee stellingen:

  • “De 8 ECVET-principes hebben tot doel een bijdrage te leveren aan het flexibiliseren van onderwijs in het kader van een leven lang ontwikkelen”.
  • “Het flexibiliseren van onderwijs door gebruikmaking van modules of leereenheden is een belangrijke ontwikkeling voor LLO”.

Vanuit de vraag naar de bijdrage aan onderwijs en in het licht van LLO en gepersonaliseerd onderwijs, heb ik voor dit artikel proberen te achterhalen op welke wijze de ECVET-principes herkenbaar zijn als in het onderwijs het 4C/ID-model worden toegepast. Of dat beide elkaar wellicht versterken.

Allereerst beschrijf ik in dit artikel kort iets over de ECVET principes en de uitgangspunten van het 4C/ID model.  Aansluitend zoek ik waar volgens mij de overeenkomsten en verschillen zitten en wat de toegevoegde waarde van beide kan zijn voor LLO.

Daarvoor ben ik in gesprek geweest met mboRijnland, waar voor de BOL-/BBL-studenten het onderwijs flexibeler is gemaakt aan de hand van het ontwerpmodel 4C/ID. Ook heb ik gekeken naar het project ‘Flexibel beroepsonderwijs, derde leerweg, Timmeren en Metselen’ (Flex MBO)[1]. Zowel in dit project als bij mboRijnland wordt gebruik gemaakt van het 4C/ID ontwerpmodel. Rijnland past 4C/ID toe bij het ontwerp van een zogenaamd crebo-traject, in principe ontwerpen zij leertrajecten ‘los van een leerweg’. Bij Flex MBO wordt er wel specifiek voor lerende volwassenen in de derde leerweg[2] ontworpen. Het is interessant om deze twee routes daarin naast elkaar te zetten.

De principes van ECVET

ECVET[3] is een Europees initiatief, bedoeld om het herkennen en erkennen van behaalde leeruitkomsten, de overdracht ervan te vergemakkelijken én waar mogelijk te stapelen. Met andere woorden, ECVET wil bijdragen aan flexibele leerroutes in het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven. Daarvoor heeft ECVET onder andere de 8 ECVET-principes bedacht. Principes die het makkelijker moeten maken om gepersonaliseerd leren en flexibel onderwijs mogelijk te maken.

Deze 8 principes luiden als volgt:

De principes zijn vooral bedoeld als handvatten en niet alle principes hoeven altijd en overal te worden toegepast. Toepassing is mede afhankelijk van bijvoorbeeld de context, de mogelijkheden en randvoorwaarden van zowel onderwijs als van de student en van de geldende wet- en regelgeving. Behalve de 8 principes werkt ECVET ook met zogenaamde ‘leeruitkomsten’. Dit zijn beschrijvingen van wat een lerende weet, begrijpt en in staat is om te doen, betreffende een specifiek proces, vaak omschreven in termen van kennis, vaardigheden en competenties. Het is mogelijk om daarbij studiepunten toe te kennen aan het behalen van leeruitkomsten. Een aantal leeruitkomsten die bij elkaar passen, vormen een groep leeruitkomsten. Een aantal groepen leeruitkomsten samen vormt een kwalificatie. In het mbo vormt zo’n kwalificatie de basis om een diploma te halen.

 De principes van het 4C/ID onderwijs ontwerpmodel

Werken met het viercomponenten-instructiemodel (4C/ID) van Van Merrienboer en Kirschner, houdt in dat het onderwijs uitgaat van de volledige beroepstaak zoals studenten die op de werkvloer tegenkomen. Een module, gebaseerd op zo’n beroepstaak, of op een gedeelte daarvan, kan bestaan uit verschillende leereenheden die zoveel mogelijk in de daadwerkelijke praktijk worden uitgevoerd.  De inhoud wordt vormgegeven door een combinatie van leertaken, deeltaakoefeningen, ondersteunende informatie en procedurele informatie.

Toepassen van 4C/ID betekent daarmee: het creëren van herkenbare opleidingsmodules om zodoende te kunnen aansluiten bij de scholingsbehoefte van zowel de werknemer als de werkgever. Studenten leren hierbij vooral door te doen en door zelf steeds meer regie en verantwoordelijkheid te nemen.

‘Leven Lang Ontwikkelen’

mboRijnland wil, vooral door in te zetten op modulair en certificeerbaar onderwijs en een meer flexibele onderwijslogistiek, dat de keuzemogelijkheden voor studenten worden vergroot. Met andere woorden: het leertraject van studenten wordt hierdoor zoveel mogelijk gepersonaliseerd. Men heeft er voor gekozen om hierbij het 4C/ID model leidend te laten zijn, eerste instantie voor de reguliere student maar, met het oog op de toekomst, ook voor de andere lerende volwassenen.

Bij navraag blijkt dat bij al deze ontwikkelingen mboRijnland echter op geen enkele wijze een verband heeft gelegd met de ECVET-principes.

Vraag is: op welke wijze zijn deze misschien al herkenbaar en op welke wijze kunnen de principes hierbij mogelijk van toegevoegde waarde zijn als het gaat om een leven lang ontwikkelen.

De vraag naar herkenbaarheid van de ECVET-principes is ook gelegd naast de ontwikkelingen die plaatsvinden in het project Flex MBO, een landelijk project dat uitgevoerd wordt binnen het mbo, in het kader van een Leven Lang Ontwikkelen. ROC van Twente werkt, als penvoerder hierin samen met een tiental ROC’s, een niet-bekostigde onderwijsinstelling en enkele particuliere organisaties. Het overkoepelend doel van dit project is om het onderwijs aan lerende volwassenen maximaal te flexibiliseren.  Ook binnen dit project wordt onderwijs modulair ontwikkeld aan de hand van het 4C/ID ontwerpmodel. Door aan te sluiten op aangetoonde leer- en werkervaring en de eigen context, kunnen scholingstrajecten binnen de derde leerweg uitgevoerd, zoveel  mogelijk gepersonaliseerd worden.

De herkenbaarheid van de principes in de praktijk

Overeenkomsten

Zowel bij mboRijnland als in het project Flex MBO zijn de eerste drie principes van ECVET herkenbaar aanwezig. Modules ontwikkelen op basis van volledige beroepstaken zoals bij 4C/ID gebeurt, betekent dat er veel samenhang is. Een samenhang binnen en tussen modules die duidelijk herkenbaar is als ECVET-principe waarbij onderdelen van de opleidingstrajecten eveneens afzonderlijk beoordeeld kunnen worden. Tenslotte: een correcte wijze van documenteren bij de officiële beoordeling van deze modules vinden we eveneens terug in het reguliere en kwalificatie gebonden mbo. Een aantal ECVET-principes is dus zeker (al) herkenbaar in de praktijk. BOL-/BBL-studenten hebben in de meeste gevallen als doel een diploma te halen. Daarbij vormen de verschillende  modules een ‘logisch ervaren stap’ op weg hiernaar toe. Het stapelen van leereenheden is daarbij niet het uitgangspunt. Wel bestaat bij mboRijnland voor individuen de mogelijkheid om in overleg, in eigen tempo en aansluitend bij eigen mogelijkheden een persoonlijk leerarrangement samen te stellen. Flex MBO gaat hierin nog wat verder. Voor deze lerende volwassenen  zullen mogelijkheden worden gecreëerd om, behalve in eigen tempo, ook tijd- en plaats-onafhankelijk te leren. Omdat de opleidingstrajecten via de derde leerweg lopen, biedt dit ook mogelijkheden om één of enkele modules van een opleiding te volgen en eventueel te stapelen. Het moeten behalen van een volledig diploma is bij de derde leerweg immers niet voor iedereen het meest passende traject. Omdat kwalificaties leidend zijn en de examenkwaliteit geborgd moet zijn, zijn de ECVET-principes die kijken naar de ontwikkeling, beoordeling, validering en erkenning van groepen leeruitkomsten die zijn behaald binnen het formele mbo, duidelijk herkenbaar.

Verschillen

Een ECVET-principe dat vrijwel nooit in de BOL, en nu dus ook nog niet bij mboRijnland, is terug te vinden is het laten valideren van leeruitkomsten waarbij het niet uitmaakt waar en hoe deze zijn behaald. Dit heeft echter niet met 4C/ID te maken, maar eerder met de jonge leeftijd van de studenten. Volwassenen echter, die een opleidingstraject via Flex MBO willen volgen, kunnen aan de voorkant van het scholingstraject in beeld brengen welke leer- en werkervaringen ze bezitten onafhankelijk van het gegeven hoe en waar deze zijn behaald. Vervolgens bestaat de mogelijkheid deze competenties te valideren en een zoveel mogelijk aansluitend opleidingstraject te volgen. De modulaire opzet van het onderwijs door 4C/ID maakt het mogelijk om aan te sluiten op gevalideerde leer- en werkervaringen. Óf het valideren van leeruitkomsten gebeurt is dus meer afhankelijk van de leeftijd en de hoeveelheid (werk)ervaringen dan van het ontwerpmodel. 4C/ID helpt wel om het onderwijs modulair vorm te geven  en mede daardoor te komen tot grotere flexibiliteit in het scholingstraject, iets dat zowel bij mboRijnland als bij Flex MBO naar voren komt.

Context en transfer

Een laatste ECVET-principe, dat soms flinke discussies uitlokt binnen het mbo is het principe waarin wordt aangegeven dat individuele personen de mogelijkheid moeten hebben om groepen van leeruitkomsten, die in de ene context zijn gevalideerd, over te dragen naar een andere context. Bijvoorbeeld tussen verschillende kwalificaties, onderwijsinstellingen, regio’s of landen. Context is hierbij een veelomvattend begrip. Omdat ECVET, in het kader van een leven lang ontwikkelen, aantoonbare leer- en werkervaringen valideert, onafhankelijk van hoe en waar deze zijn verkregen, zal dit principe niet per definitie overal worden omarmd. Bij de BOL, binnen de kwalificatiestructuur, is over het algemeen helder waar zich de raakvlakken tussen de opleidingen bevinden. Discussie vindt vooral plaats als het gaat om volwassenen die van het ene naar het andere werkveld overstappen. Een competentie in het ene beroep vraagt toch vaak enige bijscholing als deze in een echt ander beroep moet worden aangetoond.

De 8 ECVET-principes en 4C/ID

ECVET-principes die niet herkenbaar zijn bij BOL-trajecten, kunnen wel een adviserende en voorwaardelijke rol spelen als het gaat over het onderwijs aan volwassenen. Bij scholing in het kader van een leven lang ontwikkelen spelen naast het leeftijdsverschil namelijk vooral ook het valideren van de werk- en levenservaring evenals een aansluitend scholingstraject een belangrijke rol.

Flexibiliteit in onderwijs wordt echter bevorderd door het modulair vormgeven van dat onderwijs, bijvoorbeeld aan de hand van 4C/ID. De meeste ECVET-principes sluiten hier goed bij aan hetgeen te zien is bij mboRijnland. Door modulair onderwijs wordt het ook gemakkelijker om onderwijs te organiseren dat aansluit op erkende leer-werkervaringen. Misschien is die erkenning, voorafgaand aan het scholingstraject, nog wel het meest ingewikkeld om te organiseren.

Het project Flex MBO heeft juist ook tot doel een antwoord te geven op al deze uitdagingen. Het valideren en erkennen van aantoonbare leer- en werkervaringen in combinatie met het 4C/ID model bieden goede uitgangspunten om flexibel onderwijs te ontwikkelen dat aansluit op gevalideerde leer- en werkervaringen. Ook mboRijnland zal deze uitdagingen oppakken. De school is één van de deelnemende ROC’s in het project.

ECVET-principes zijn belangrijk omdat ze benadrukken dat voor een leven lang ontwikkelen het valideren van leer- en werkervaringen, ongeacht hoe en waar ze zijn verkregen, worden erkend. Modulariseren biedt het onderwijs goede mogelijkheden voor meer flexibiliteit, hetgeen tenslotte helpt om onderwijs meer gepersonaliseerd te maken.

Ineke Magdelijns-Hobé

ECVET expert en projectleider Flex MBO

[1] Subsidieregeling Flexibel beroepsonderwijs voor volwassenen

[2] Zie ook Kennispunt MBO Onderwijs en Examinering

[3] ECVET staat voor ‘European Credits voor Vocational Education and Training, vergelijkbaar met het MBO in Nederland.  Zie ook: ECVET in Nederland – ‘Een selectie van toepassingen’  Uitgegeven door het NCP ECVET – onderdeel van CINOP mei 2019

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Gerelateerd

  • Alles
  • Activiteit
  • ECVET-toepassing
  • ECVET-unit
  • Geen categorie
  • Instrument
  • Publicatie

This website has been funded with support from the European Commission. The Commission cannot be held responsible for any use which may be made of the information contained therein.

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.